Ga naar de inhoud
Home » Blog » Van kringspier tot kringloop

Van kringspier tot kringloop

De bodem in Nederland is uitgeput, het bodemleven is verdwenen en de biodiversiteit staat zwaar onder druk. De stikstofuitstoot blaast daarbij ook nog een flink deuntje mee. Langzaamaan begint nu echt duidelijk te worden dat er wat moet veranderen. Voormalig minister Carola Schouten durfde het woord kringlooplandbouw in 2018 al in mond te nemen en zei te streven naar een omslag in 2030. Heel gedurfd. Want hoe zit het met de menselijke rol daarin? Of meer specifiek, de menselijke ontlasting en onze ingebakken gewoontes? Een niet te vermijden onderwerp als je het over de voedselkringloopt hebt.

Kringlooplandbouw?

Kringlooplandbouw, wat is dat eigenlijk? Klinkt dat niet makkelijker dan het is? Je kunt je er van alles bij proberen voor te stellen maar laten we het even eenvoudig houden. Neem als voorbeeld een koe. Een koe maakt kort gezegd melk door gras te eten. Wij drinken de melk en eten de kaas de boter en de yoghurt. En op de een of andere manier zal dat gras weer aan moeten groeien, zonder dat er iets van buiten de kringloop aan toegevoegd wordt. Het is immers de bedoeling dat er uiteindelijk weer nieuw gras komt die de koe weer kan eten om er opnieuw melk van te maken. De cirkel moet rond zijn. Gras heeft voedingsstoffen nodig. Die komen uit de lucht (CO2) en uit de bodem (mineralen). En als het om kringloop gaat zul je dat wat je ergens uithaalt er op een gegeven moment ook weer in terug moeten brengen zonder externe bronnen leeg te halen. Voor wat betreft CO2 is dat geen probleem: wij ademen dat uit door de melk en de kaas te verbranden in ons lichaam en het gras neemt het via de lucht weer op.

Anders is dat voor de bodem, die verarmt als je er niets aan doet en dat is in Nederland inmiddels al op grote schaal gebeurd. Ook met gebruik van kunstmest gebeurt dat. De koe poept en plast weliswaar en geeft op die manier de mineralen via de mest weer terug aan het land. Maar niet alles wat eruit werd gehaald komt daarmee weer terug. De kringloop is nog niet rond. Want de melk die wij drinken en het vlees, dat wij misschien op een gegeven moment van de geslachte koe eten, is weg en er komt niet zomaar weer iets voor terug. Resultaat is een bodem op weg naar verarming.

De mens is ook maar een dier

Maar hoe verrassend, ook wij maken poep en urine, net als de koe. Het merkwaardige is dat wij in de westerse wereld het een vanzelfsprekendheid vinden dat je dat in een toiletpot deponeert, op een knop drukt of aan een touwtje trekt om het met een flinke plons drinkwater het riool in te spoelen. Wegwezen ermee! Anders wordt het een vieze stinkende bende en wordt je misschien wel ziek. Menselijke ontlasting zit vol ziekteverwekkers zo is de gedachte. Spookbeelden van open riolen compleet met cholera-uitbraken is het angstvisioen wat bij veel mensen naar voren komt. En, wij leven toch niet in een derdewereldland? Nee, poep is afval vindt bijna iedereen, onbruikbaar in ieder geval om het net als de mest van de koe rechtstreeks terug naar het land te brengen. Milieuvriendelijk? Dat willen we straks wel zijn door regenwater te gaan gebruiken om door te spoelen.

Fosvaatje

Rioolwaterzuiveringsbedrijven zijn hier en daar al wel ambitieus aan de slag gegaan om te kijken of er een oplossing is. Niemand kan er omheen dat een kringloop nooit rond te krijgen is als de menselijke mest niet op de een of andere manier wordt hergebruikt en terugkeert naar het land. Een mooie uitdaging vinden veel onderzoekers en techneuten. En zo heeft men onder andere bij de RWZI in Amsterdam-West een fabriek gebouwd die fosfaten uit urine en rioolwater kan halen, in de vorm van struviet, een mineraal van gekristalliseerde korrels. ‘Fosvaatje’ valt als leuke woordspeling op de silo te lezen. Voorheen werd de fosfaat samen met alle andere vaste reststoffen in het slib verbrand in de verbrandingsovens. De slimme techneuten hebben het nu dus voor elkaar om fosfaat, dat als de nuttige meststof wordt gezien, er dusdanig uit te halen dat er kunstmest van kan worden gemaakt. Eureka!

Maar is dit dan echt de weg naar die zo gewenste kringlooplandbouw? Moet het echt op zo’n ingewikkelde manier? Eerst liters water zuiveren tot drinkwater, dat flink te vervuilen door het vol te poepen en te plassen, weg te spoelen, te verpompen richting een buiten de stad of dorp gelegen installatie om er daar met ingewikkelde trucs en een hoop energie de nuttige componenten weer uit te halen? Hoe omslachtig wil je het hebben.

Ziekteverwekkers

De mens is het enige landzoogdier dat in water poept en plast, schrijft Joseph Jenkins in zijn boek The Humanure Handbook. Dat is bij toeval ingeburgerd geraakt omdat ene meneer John Harington in 1596 het spoeltoilet had uitgevonden, driehonderd jaar later gevolgd door een verbeterd ontwerp van Thomas Crapper. Veel mensen leek dat wel een goed systeem. En toch is het nog maar minder dan honderd jaar geleden dat de laatste menselijke uitwerpselen werden opgehaald én ook direct weer werden gebruikt. Op het land! Daarna werd de kringlooplandbouw definitief de nek omgedraaid als zijnde onverantwoord. Je kon er ziek van worden. En natuurlijk, pathogenen (ziekteverwekkers) uit de ontlasting kunnen een probleem zijn en zijn dat maar ook al te vaak geweest. Eenvoudigweg de inhoud van de ‘boldootkar’, zoals de stontkar vroeger spottend werd genoemd, in de wei leeg laten lopen, is dan ook niet zo’n goed idee. Daar komt bij dat zodra je urine en fecaliën mengt er al heel snel ammoniak gaat ontstaan. Precies hetzelfde probleem wat in de veehouderij al jaren de nodige kopzorgen geeft. Nee, niets is zo vanzelfsprekend als naar het toilet gaan en na afloop doortrekken. De zuiveringsbedrijven verrichten prima werk, alle problemen die zij in het verleden veroorzaakten zijn de wereld uit geholpen. Of…ligt dat toch even anders?

Composteren

Om maar direct antwoord te geven op deze vraag: Ja dat ligt inderdaad anders. Om de kringloop terug te kunnen krijgen is er wel degelijk een alternatief dat veilig is en niet stinkt. De Amerikaan Joseph Jenkins is er al veertig jaar succesvol mee bezig. Composteren! Drie jaar geleden bracht hij de vierde editie van zijn Humanure Handbook hierover uit. Composteren van menselijke mest is geen uitvinding die hij zelf heeft gedaan. Dat gebeurde vroeger ook al. Ook in Nederland, al gebeurde dat lang niet altijd zorgvuldig. Maar de methode heeft hij wel verfijnd. Helaas heersen er rond de term composteren de nodige misverstanden. Elke al dan niet verrotte zwarte substantie die in een vat of iets dergelijks wordt gecreëerd krijgt al snel het predicaat ‘compost’ toegedicht. Onterecht volgens Jenkins. ‘Composteren is een door mensen bijeengebrachte hoeveelheid organisch materiaal dat bacteriën onder invloed van zuurstof afbreken. Hierbij komt een door die bacteriën veroorzaakte hoeveelheid warmte vrij.’ Een thermofiel proces wordt dat ook wel genoemd.

Andere vormen functioneren niet goed

Organisch materiaal dat wormen afbreken heet vermicultuur, wormenpoep eigenlijk, komt het uit een vergister dan heet het septage of bokashi. Nooit compost. En laat het nou juist de ontstane warmte zijn die nodig is om de ziekteverwekkers die in (menselijke) ontlasting zitten, optimaal te elimineren. Het gaat daarbij niet alleen om de vaak genoemde E. coli-bacteriën maar ook om allerlei wormen en parasieten die de ontlasting in ons goed georganiseerde schone land weliswaar bijna niet meer bevat, maar in een klein aantal gevallen best nog wel eens de kop op zouden kunnen steken. Alle andere methodes schakelen de ziekteverwekkers lang niet zo goed uit als het composteerproces doet.

Toegang van het bodemleven is daarbij belangrijk, de bak moet op de grond in de tuin staan, ook een afdekking van plantaardig materiaal rondom, zoals bijvoorbeeld stro, is essentieel. Het vormt een wezenlijk verschil met composthopen zoals deze in menig achtertuin te vinden zijn om enkel plantaardig (tuin)afval te verwerken. Het houdt de warmte vast en elimineert geuren. De temperatuur kan daarbij soms wel op lopen tot 60 graden Celsius. Is de compostbak vol, dan laat je deze gedurende ongeveer een jaar onaangeroerd rijpen. Soms is meer tijd nodig en zeker als je bang bent dat er nog ziekteverwekkers of medicijnresten in zullen zitten. In rijpe compost kunnen zaden ontkiemen, het is een goede manier om te testen. In onrijpe compost gebeurt dat niet volgens Jenkins.

Toiletten

Blijft nog over het verzamelen van de ontlasting. Probleem zoals al gezegd is, dat het mengen van urine en fecaliën, de nodige stank en uitstoot van schadelijke ammoniak veroorzaakt. In de veehouderij is men nu bezig met scheiden als technische oplossing. De innovatieve stallen die daarvoor nodig zijn, zijn complex, duur en werken lang niet altijd goed. De boeren van vroeger wisten veel beter hoe ze het moesten aanpakken: als je maar voldoende plantaardig materiaal toevoegt, blijft ammoniak en daarmee stank achterwege. Koeien in een stal met stro veroorzaken vele malen minder stankoverlast dan koeien die op roosters staan. Biologische boeren passen het inmiddels weer toe door middel van zogenaamde potstallen. Het scheiden van urine en fecaliën is dan niet nodig.

BST

En zo kan het ook met menselijke ontlasting gebeuren. Uiteraard niet in een stal maar met behulp van het droogtoilet ook wel biologisch gestuurd strooiseltoilet genoemd, kortweg BST. Composttoilet klinkt misschien nog wel bekender maar deze benaming wekt verwarring op. In een toilet kun je namelijk niet composteren, composteren doe je elders. In een droogtoilet voeg je aan je ontlasting plantaardig strooisel toe, zoals bijvoorbeeld vermalen bladeren, vlas of zaagsel van houtzagerijen. Dat houdt alle reuk weg, zelfs al heb je geen ventilator in je toilet. Als je het goed doet ruik je niets. Het plantaardig materiaal bindt de stikstof uit de urine en gaat de vorming van ammoniak tegen, mits je er voldoende van toevoegt na elk gebruik. Je boodschap, al dan niet met fraai gedraaide krul, dek je er compleet mee af. Bijkomend voordeel is dat niemand die het toilet bezoekt, nog geconfronteerd zal worden met de prestaties van de voorganger. De opvangbak leeg je wanneer deze vol is in je tuin in de compostbak van minimaal één bij één meter. Jenkins legt het in zijn boek minutieus uit hoe je dat doet.

Pionier

Joseph Jenkins is ooit met composteren van menselijke ontlasting begonnen omdat hij ‘off the grid’ woonde. Na een jaar of tien besloot hij het als onderwerp voor zijn afstuderen te gebruiken. Zijn studie rondde hij niet af maar in de plaats daarvan vormde hij zijn scriptie om tot een boek in begrijpelijke taal: The Humanure Handbook. Het woord ‘humanure’ verzon hij zelf door de woorden human (mens) en manure (mest) samen te voegen. Inmiddels nadert hij de 70 en nog steeds is hij actief met diverse composteerprojecten en het geven van lezingen. Gedurende vele jaren reisde Jenkins de hele wereld over om sanitatieprojecten op te zetten, vooral in gebieden waar mensen niet beschikken over spoeltoiletten. Ga maar na, bij ons in de westerse wereld is het vele water dat gemoeid is met spoeltoiletten al een probleem aan het worden. In landen waar regelmatig droogte heerst, zullen spoeltoiletten nooit en te nimmer een optie zijn. Met behulp van zijn composttechnieken biedt hij de mensen een veilige vorm van sanitatie. Iedereen kan het eenvoudig leren. En, niet in het minst, de mensen krijgen de beschikking over een goede veilige bodemverbeteraar. De kringloop is ermee rond te maken.

Commercieel

In Nederland is het nog slechts een handjevol mensen dat composteren van menselijke ontlasting toepast. En helaas ook lang niet altijd op een goede manier. Met name op internet, circuleert een heleboel slechte of incomplete informatie. Bedrijven bieden bijvoorbeeld dure schijnbaar innovatieve oplossingen aan. Die klinken veelbelovend maar zijn dat meestal niet. Aan goed werkende eenvoud valt weinig te verdienen waardoor dit nogal eens buiten beeld blijft.
Men denkt vaak dat je urine en fecaliën beter vooraf kunt scheiden. Urine kun je verdund rechtstreeks in je tuin gebruiken als meststof, immers, urine bevat geen ziekteverwekkende bacteriën en wel de nuttige mineralen. Maar de grote hoeveelheid water die daarvoor nodig is, vergeet men dan gemakshalve maar even. Ook is de hoeveelheid tuinoppervlak die je ermee kunt bemesten beperkt. In veel gevallen leidt het al snel tot overbemesting.

Medicijnen

Het grootste deel van ingenomen medicijnen verlaat via de urine ons lichaam. Het risico dat de meststoffen en medicijnresten het grondwater bereiken en het vervuilen, laat zien dat het rechtstreeks als mest gebruiken, beter achterwege kan blijven. Het in goede verhouding samenbrengen van menselijke ontlasting, urine en plantaardig (koolstofhoudend) materiaal, in een verhouding die dusdanig is dat het niet ruikt, levert een stabiele compost op die kan dienen als een uitstekende bodemverbeteraar die niet uitspoelt. Ook de warmteontwikkeling van het proces verbetert er volgens Jenkins door. Zelfs is het zo dat bepaalde medicijnresten tijdens het composteringsproces onschadelijk worden gemaakt. Hierover valt nog heel veel op te merken. Welke medicijnen kunnen wel en welke niet? Een ingewikkeld onderwerp waar nog lang niet voldoende over bekend is. Wel kun je zeggen dat cytostatica (chemotherapie) bijvoorbeeld bekend staan als gevaarlijke middelen. Jenkins is er duidelijk over: Dit via urine aan je compost toevoegen is zeker geen goed idee. Maar in het riool wegspoelen is dat ook niet! Urine van chemotherapiegebruikers hoort hoe dan ook thuis bij het chemisch afval.

Biologisch gestuurd Strooisel Toilet

Composteren van menselijke mest werd ook omarmd door de in 2020 overleden Joseph Országh, hoogleraar aan de universiteit van Bergen Henegouwen. Hij introduceerde de benaming BST wat staat voor Biologisch gestuurd Strooisel Toilet. Het basisprincipe van zijn techniek komt geheel overeen met dat van Joseph Jenkins, enkel in de uitvoering is het iets bewerkelijker. Op de website eautarcie.org levert hij naast de theoretische uitleg ook allerlei praktische informatie aan. Daarnaast laat hij zien dat het overgebleven afvalwater van huishoudens, ook wel ‘grijs water’ genoemd, zonder riolering en gebruik van energie gezuiverd kan worden. Hierna kan het veilig geïnfiltreerd worden waarmee verdroging van de bodem wordt voorkomen. Een ander onderwerp waar tegenwoordig veel over te doen is.

In het rijke westen kunnen we een flinke slag maken als het om duurzaam sanitairbeheer en het sluiten van de kringloop gaat. We moeten het alleen wel willen. In de woorden van professor Országh: “De mensheid kan haar huidige destructieve koers wijzigen. Een nieuw pad ligt vóór ons, en het is hoog tijd het ook te bewandelen. Dit kan echter alleen door de juiste beslissingen te nemen, zowel op wereldwijde als op individuele schaal.”

2 reacties op “Van kringspier tot kringloop”

  1. Wat een mooi en helder artikel. Je schrijft over het sluiten van de kringloop. En de manier waarop je dit uitlegt is ook helemaal ‘rond’. Er blijven geen vragen meer over na het lezen van dit artikel. Althans, misschien toch eentje. Is het niet zo dat tijdens het fermentatieproces (niet vergisting) in een Bokhasi emmer ook alle pathogenen worden gedood? Vanwege de lager zuurgraad?

    Verder vind ik het ook heel mooi dat je jouw opgedane kennis hebt gedeeld met Ecodorp Klein Oers waar het BST in combinatie met het eautarchische waterzuiverings systeem zullen worden toegepast. Fijn dat de therorie dus ook daadwerkelijk in d epraktijk zal worden gebracht. Wat zal de dorpstuin daar straks groeien en bloeien!!!

  2. Dankjewel voor de mooie reactie! En een goede vraag. Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat de lage zuurgraad ook de pathogenen vernietigt. Hoe het zit met parasieten weet ik eerlijk gezegd niet, ik zal er Jenkins eens op naslaan, daar staan tabellen in met overlevingstijden. Ik begrijp ook van Esther dat darmbacteriën vooral in de darmen zelf een perfecte habitat hebben en daarbuiten veel minder tot niet. Daar worden ze al snel door andere bacteriën verdrongen. Nadeel van fermenteren is ook dat het afbraakproces heel traag verloopt. Bokashi zet niet alles compleet om. Wanneer je het in je tuin deponeert zijn gft-resten vaak nog wel herkenbaar. Ik heb eerder bij een ecodorp afgesloten vaten zien staan met humanure en wat ik begreep is dat dat vijf jaar moest blijven staan. Hetzelfde geldt ook voor de Clivus Multrum (wat door Joseph Orszagh de ‘Clivus Monstrum’ werd genoemd) ook heel lange tijd vergt voordat je er iets uit kunt gebruiken. Composteren gaat vele malen sneller en gecontroleerder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *